De volgende morgen werd Evelientje vroeg wakker van het zonnetje op haar gezicht. Het was een stralende dag in het bos en Evelientje rekte zich uit. Ze wilde net overeind komen toen ze iemand zag zitten aan de andere kant van het elfenbankje. Eerst schrok ze wel even, maar ze wist al snel dat het goed was. Ze kroop overeind en keek heel voorzichtig naar de andere kant van het elfenbankje. Daar, op de rand, zat nog een elfje. Ze leek op Evelientje.

“Hallo, ik ben Evelientje. Wie ben jij?” Het elfje keek om. “Ik ben Elianne. Ik hoorde dat er een elfje in het bos was komen wonen. Ik kon het niet geloven en wilde het zelf even bekijken.” “Nou, je ziet het,” glimlacht Evelientje, “het klopt; ik ben hier inderdaad komen wonen. Leuk hè?” “Wat je leuk noemt,”mompelde Elianne, “ik zou niet graag in dit stinkende bos willen wonen.” “Zullen we samen spelen?”vroeg Evelientje. “Nee, dat gaat niet. Ik moet terug naar het paleis. Mijn ontbijt zal wel voor mij klaar staan en ik mag niet te laat komen. Tot ziens.” Nog voor Evelientje gedag kon zeggen, was Elianne al verdwenen.

“Ze leek echt op mij,” dacht Evelientje. “Ze had zelfs dezelfde ketting om, alleen had de steen een andere kleur.” Ook al wilde Elianne niet spelen en was ze zomaar weer weggevlogen; Evelientje voelde zich blij van binnen en wist zeker dat het goed zou komen tussen haar en Elianne. Zo had ze er een elfenvriendje bij!

Snel vloog Evelientje naar Otto die alweer aan de rand van het meer aan het werk was. “Goedemorgen Otto” zei Evelientje. “Goedemorgen Evelientje,” antwoordde Otto, “Heb je goed geslapen?” “O ja, heerlijk!” Ineens hoorde Evelientje geritsel in de struiken. Ze probeerde te zien wie het was maar dat lukte niet. Evelientje zag alleen de schittering van de zon in de struiken. “Het zal Knoef wel zijn of een van die ondeugende kabouters,”dacht ze en ze vloog snel achter Otto aan.

Wat Evelientje niet wist, was dat het Elsa was. Ook zij had te horen gekregen dat er een elfje in het bos was komen wonen. Ze wilde dit graag met eigen ogen bekijken. Elsa dacht even dat Evelientje haar zag zitten in de struiken maar de zon weerkaatste in de kleurrijke steen van haar ketting, waardoor Evelientje alleen maar de schittering zag. “Gelukkig maar,” dacht Elsa “en nu snel naar huis terug voordat Rosita wakker wordt. Anders heb ik grote problemen.”

Evelientje hielp de hele dag goed mee in het bos en speelde met haar nieuwe vriendjes. Ze wist nu zeker dat ze hier nog lang en gelukkig zou leven.